Gerechtshof Amsterdam doet uitspraak over de vordering tot schadevergoeding na verjaring

Gerechtshof Amsterdam doet uitspraak over de vordering tot schadevergoeding na verjaring

Inleiding

Bij metafoor houden wij ons bijna dagelijks bezig met verjaringszaken. Wij hebben dan ook met smart zitten wachten op een uitspraak van één van de gerechtshoven over de vordering tot schadevergoeding na verjaring. Inmiddels heeft het hof Amsterdam op 30 juli jongstleden een uitspraak gedaan over deze kwestie. Het betreft de uitspraak in hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland van 24 januari 2019, waarover wij eerder een artikel schreven.

Uitspraak rechtbank Noord-Holland 24 januari 2018

De gemeente heeft in deze zaak gevorderd om voor recht te verklaren dat de bewoners onrechtmatig hebben gehandeld door de grond in bezit te nemen en zij heeft de rechtbank verzocht om de bewoners te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding in natura, inhoudende teruggave van de volledige strook grond. De rechtbank oordeelt dat de bewoners onrechtmatig hebben gehandeld. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van de gemeente, omdat zij wist dat de strook in bezit genomen was en heeft verzuimd om hiertegen op te treden. De vordering om de volledige strook grond terug te geven wijst de rechter dan ook af.

De rechtbank wijst de gevorderde schadevordering in natura niet toe omdat op een volgens de rechtbank essentieel punt de zaak bij de Hoge Raad (arrest HR 24 februari 2017) afwijkt van de vaststaande feiten en omstandigheden in deze procedure. Anders dan in de zaak bij de Hoge Raad wist de gemeente dat het echtpaar inbreuk maakte op haar eigendomsrechten maar liet de gemeente tot 2014 na hiertegen op te treden. Dit is volgens de rechtbank een aan de gemeente als eigenaar toerekenbare omstandigheid waarvan het verlies van eigendom mede het gevolg is. Daarmee ontbreekt het vereiste causale verband of althans is sprake van eigen schuld aan de kant van de gemeente. Hierop stuit toewijzing van de vordering tot schadevergoeding in de vorm van teruggave van de strook grond af. Toewijzing van deze vordering zou immers met zich mee brengen dat het echtpaar verplicht is om de volledige schade te vergoeden en die verplichting is er niet.

Door de gemeente is niet aangevoerd dat zij bij wijze van schadevergoeding slechts een gedeelte van de grond wenst te verkrijgen, zodat de rechtbank geen veroordeling uitspreekt, waarbij slechts een deel van de strook grond moet worden overgedragen. Nu de gemeente alleen schadevergoeding vordert in de vorm van teruggave van de grond, heeft de rechtbank geen ruimte om het echtpaar te veroordelen tot een (gedeeltelijke) schadevergoeding in geld.

Vervolg: Uitspraak Hof Amsterdam 30 juli 2019

De gemeente heeft tegen het vonnis van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Het hof heeft op 30 juli 2019 uitspraak gedaan. De uitspraak is deze week gepubliceerd.

Zie hieronder de belangrijkste overwegingen van het Hof:

“3.4

…….. Daarbij heeft de Hoge Raad opgemerkt dat de benadeelde, indien het gaat om een onroerende zaak, in de regel niet, bij wijze van eigen schuld of ten betoge dat causaal verband ontbreekt, kan worden tegengeworpen dat deze heeft nagelaten regelmatig onderzoek te doen naar eventuele inbezitnemingen van zijn zaak door onbevoegden en dat van een grondeigenaar niet kan worden verlangd dat hij zijn percelen periodiek op bezitsinbreuken controleert als daarvoor geen concrete aanleiding bestaat – in het bijzonder niet voor zover die percelen moeilijk begaanbaar of moeilijk toegankelijk zijn – op straffe van het verval of de beperking van zijn aanspraken op schadevergoeding jegens degenen die de hem toebehorende grond wederrechtelijk in bezit hebben genomen. Daarom kan het achterwege laten van dergelijke periodieke inspecties in de regel niet worden aangemerkt als een aan de eigenaar toerekenbare omstandigheid waarvan het verlies van de eigendom mede het gevolg is, aldus nog steeds de overwegingen in het arrest van de Hoge Raad. “

“3.6 ……….

Tegen deze achtergrond en anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de gemeente geen eigen schuld kan worden tegengeworpen, noch de stelling dat causaal verband ontbreekt. De omstandigheden dat [geïntimeerden] (overigens evenals destijds hun buren) een niet onaanzienlijk deel van de gemeentelijke groenvoorziening ter plaatste bij hun tuin hadden getrokken en de aangrenzende gemeentelijke groenvoorziening wel steeds door gemeente(ambtenaren) is onderhouden, kunnen niet worden aangemerkt als concrete aanleiding voor de gemeente om periodiek onderzoek te verrichten naar bezitsinbreuken, als bedoeld door de Hoge Raad in voornoemd arrest. “

“3.7.

Zoals de Hoge Raad heeft overwogen, ligt het ook in de onderhavige zaak voor de hand dat [geïntimeerden] , overeenkomstig de vordering van de gemeente, worden veroordeeld de door hen wederrechtelijk in bezit genomen strook grond aan de gemeente over te dragen. Dit acht het hof een passende wijze van schadevergoeding. Daaraan doet niet af dat [geïntimeerden] hebben gesteld dat schadevergoeding in geld de hoofdregel is en dat zij – kennelijk – daaraan de voorkeur geven. Een belangenafweging is niet aan de orde. Wel ziet het hof aanleiding de termijn voor ontruiming van de strook grond te stellen op vier maanden. Eenzelfde termijn zal worden gehanteerd voor de medewerking door [geïntimeerden] aan de overdracht van de strook grond aan de gemeente.”

Eigen Schuld?

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 24 februari 2017 overwogen dat de bezitter die door verjaring de grond heeft verkregen en geconfronteerd wordt met een vordering tot schadevergoeding, in principe niet kan tegenwerpen dat de gemeente ‘eigen schuld’ heeft aan het ontstaan van die schade. Van een grondeigenaar kan niet worden verlangd dat hij zijn percelen periodiek op bezitsinbreuken controleert als daarvoor geen concrete aanleiding bestaat. Het nalaten van een periodiek onderzoek zou althans niet mogen leiden tot het verlies van de mogelijkheid om schade te vergoeden.

De rechtbank heeft volgens het hof dan ook onterecht geoordeeld dat de gemeente in deze zaak wel ‘eigen schuld’ had bij het ontstaan van de schade. Volgens het hof is de omstandigheid dat de gemeente (de groenvoorziening) onderhoud pleegde aan de aangrenzende gemeentegrond en zodoende kon weten dat het echtpaar gemeentegrond in bezit had genomen, niet worden aangemerkt als concrete aanleiding voor de gemeente om onderzoek te doen naar bezitsinbreuken en dus ook geen reden vormt om aan te nemen dat de gemeente eigen schuld had aan het ontstaan van de schade door dit onderzoek achterwege te laten.

Schadevergoeding in natura?

Het hof oordeelt dat teruglevering van de grond een gepaste wijze van schadevergoeding is in dit soort gevallen. Dat schadevergoeding in geld de hoofdregel is, doet hier niets aan af. Er is volgens het hof zelfs geen plaats voor een belangenafweging. Ook in dit opzicht het oordeel van het hof aan bij de overwegingen van de Hoge Raad.

Slot

Dit is de eerste (gepubliceerde) uitspraak in hoger beroep waarin de schadevergoeding bij verjaring inhoudelijk beoordeeld wordt. De verwachting is dat er in het komende jaar velen zullen volgen.

De rechtbank Noord-Holland heeft, volgens Gerechtshof Amsterdam, het arrest van de Hoge Raad verkeerd toegepast. De uitspraak van de rechtbank is ten aanzien van dat oordeel dan ook vernietigd. Het Hof doet in haar uitspraak meer recht aan de overwegingen van de Hoge Raad.

Met deze uitspraak lijkt het verweer van de bezitter dat de gemeente ‘eigen schuld’ heeft aan het ontstaan van de schade, voorlopig van de baan te zijn.

Wordt vervolgd……

Mvr. Mr. D. (Deirdre) Swiers