Hoe kunnen gemeenten oneigenlijk gebruik van pachtpercelen tegengaan?

Hoe kunnen gemeenten oneigenlijk gebruik van pachtpercelen tegengaan?

Naast het bekende oneigenlijk grondgebruik van snippergroen hebben gemeenten ook regelmatig te maken met oneigenlijk gebruik van pachtpercelen. Wanneer is hier sprake van en wat kan een gemeente hier tegen doen?

Wat zegt de wet over het gebruik van pachtpercelen?

Alle regels omtrent pacht zijn sinds september 2007 opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. De Pachtwet is daarmee komen te vervallen. Vanaf dat moment is tevens bepaald dat een pachter zich bedrijfsmatig moet bezighouden met landbouw wil er daadwerkelijk sprake zijn van pacht. Dit is opgenomen in artikel 7:311 BW:

Pacht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie.

Maar wat wordt dan verstaan onder landbouw? Dit is nader uitgewerkt in artikel 7:312 BW:

Onder landbouw wordt verstaan, steeds voor zover bedrijfsmatig uitgeoefend: akkerbouw; weidebouw; veehouderij; pluimveehouderij; tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen; de teelt van griendhout en riet; elke andere tak van bodemcultuur, met uitzondering van de bosbouw.

De term ‘bedrijfsmatig’ is niet terug ter herleiden uit de wet. Hiervoor moeten we in de jurisprudentie kijken.

Jurisprudentie over bedrijfsmatige exploitatie

In het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 november 2018 is nog eens nader aangegeven wanneer er sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie. Er moet sprake zijn van een complex van economische activiteiten, gericht op winst door uitoefening van landbouw. Hier zijn de volgende omstandigheden van belang:

  1. De omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang van diverse bedrijfsactiviteiten.
  2. De vraag of voor de toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaatsvinden.
  3. Het redelijk te verwachten ondernemingsrendement.
  4. De vraag of de gebruiker een hoofdfunctie buiten de landbouw heeft.

Deze omstandigheden dienen in onderlinge samenhang beschouwt te worden met inachtneming van alle omstandigheden van het geval.

Door deze verplichting zijn er veel verpachters geweest die de afgelopen jaren geprobeerd hebben om pachtovereenkomsten te beëindigen. De reden daarvoor kan zijn om een zo eerlijk mogelijk pachtbeleid te voeren en bij agrariërs die niet meer voldoen, de pacht te beëindigen. Een andere reden kan zijn om de percelen pachtvrij te krijgen voor verkoop.

Ondersteuning nodig bij lopende pachtovereenkomsten?

Heeft u als gemeente vragen over lopende pachtovereenkomst of twijfels of een pachter nog wel voldoet aan de eisen van bedrijfsmatige uitoefening van landbouw? Wenst u de pachtovereenkomst te ontbinden maar weet u niet zeker of deze mogelijkheid er is? Onze adviesdesk behandelt uw vraag graag.