Nieuwe uitspraak over schadevergoeding na verjaring gemeentegrond

Nieuwe uitspraak over schadevergoeding na verjaring gemeentegrond

Uitspraak rechtbank Rotterdam 26 februari 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:2248

Op 26 februari deed de rechtbank Rotterdam een heldere uitspraak over schadevergoeding na verjaring van gemeentegrond.

Feiten

Westervorde is op 28 april 1999 eigenaar geworden van een perceel grond met kantorencomplex. Het perceel is volgens de leveringsakte 6.47.60 ha. In 1995 is door de rechtsvoorganger van Westervorde bij de gemeente een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van een hekwerk rondom het kantorencomplex. Op de bouwtekening bij de vergunning is een strook grond van 600m2 met arcering aangeduid en voorzien van de tekst: ‘Gemeenteterrein’. De vergunning is verleend en het hekwerk is geplaatst rondom het kantorencomplex, inclusief de strook gemeentegrond. Op 14 januari 2019 verzoekt de gemeente Westervorde om de grond te ontruimen. Westervorde doet een beroep op verkrijgende en bevrijdende verjaring. De gemeente vordert op haar beurt om Westervorde te veroordelen tot betaling van schadevergoeding uit onrechtmatige daad.

Oordeel rechtbank

Goede trouw

Westervorde heeft het kantorencomplex in 1999 gekocht. Op dat moment was het hekwerk rondom het kantorencomplex al aanwezig. Toch is de rechtbank van mening dat van goede trouw aan de zijde van Westervorde geen sprake is. Dat de feitelijke situatie bij de aankoop van het complex geen vragen opriep doet daar niet aan af. De discrepantie van 600 m² tussen de kadastrale oppervlakte van het perceel en de feitelijk geleverde grond is volgens de rechtbank zo groot dat Westervorde zonder meer had moeten begrijpen dat er iets niet klopte en dat zij nader onderzoek had moeten verrichten.

Bezit

Westervorde heeft aan de hand van bewijsstukken kunnen aantonen dat het herkwerk rondom het kantorencomplex, inclusief de strook gemeentegrond, ten minste vanaf 19 januari 1998 reeds aanwezig is. Volgens de rechtbank is dit voldoende om aan te nemen dat de strook gemeentegrond door de rechtsvoorganger van Westervorde in bezit is genomen, met als gevolg dat Westervorde door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van de strook gemeentegrond.

Dat het in deze kwestie gaat om de situatie waarbij publieke grond in gebruik wordt genomen door een aangrenzende particuliere eigenaar, leidt volgens de rechtbank niet tot een ander oordeel.

In rechtsoverweging 4.13 oordeelt de rechter hierover:

“De Gemeente komt geen beroep toe op een terughoudende toepassing van de verjaring bij publieke gronden, reeds omdat de situatie waaraan de Gemeente refereert (ECLI:NL:GHSE:2015:1487) niet vergelijkbaar is met de onderhavige situatie, nu in die casus geen sprake was uiterlijk waarneembare gedragingen waaruit naar verkeersopvatting ondubbelzinnig een gaan houden voor zichzelf met onttrekking van bezit aan de Gemeente kan worden afgeleid.”

Schadevergoeding

Westervorde verweert zich tegen de vordering tot schadevergoeding van de gemeente. Westervorde heeft de grond immers niet in bezit genomen, maar het bezit enkel voortgezet.  Daarnaast wist de gemeente dat de grond in bezit genomen was, zij heeft echter tot 2019 verzuimd hiertegen op te treden, waardoor het causaal verband tussen de schade en de daad zou ontbreken en de gemeente eigen schuld heeft bij het ontstaan van de schade.

De rechtbank oordeelt als volgt.

  • De vordering tot schadevergoeding is nog niet verjaard. De vijfjaarstermijn is nog niet verstreken, omdat het eigendomsverlies van de gemeente pas in deze procedure is vastgesteld. De twintigjaarstermijn is ook nog niet verstreken.
  • Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 gaat het niet alleen om inbezitneming, maar ook om het in bezit houden van andersmans grond. Dit betekent dat ook de rechtsopvolger die grond van de gemeente in bezit houdt, onrechtmatig handelt jegens de gemeente.
  • De gemeente heeft geen ‘inspectieplicht’. Dit betekent dat causaal verband tussen de schade en het onrechtmatig in gebruik nemen en houden van de grond niet ontbreekt omdat de gemeente niet tijdig heeft opgetreden en haar gronden niet voldoende heeft geïnspecteerd.
  • Er is wel sprake van eigen schuld aan de zijde van de gemeente voor het ontstaan van de schade. De gemeente was bij de afgifte van de vergunning in 1995 immers bekend met de bezitsinbreuk, maar heeft hier geen aanleiding in gezien om met de rechtsvoorganger van Westervorde afspraken te maken over het gebruik van de grond. Ook heeft de gemeente, ondanks de in haar organisatie aanwezig wetenschap, geen aanleiding gezien om eerder de verjaring van het eigendom te stuiten.
  • Doordat de gemeente eigen schuld heeft bij het ontstaan van de schade, hoeft Westervorde slechts 50% van de waarde van de grond aan de gemeente te vergoeden.
  • De door Westervorde jarenlang gemaakte kosten voor het onderhoud van de grond worden niet met de te betalen schadevergoeding verrekend. Westervorde heeft immers ook al die jaren het genot van de grond gehad.

Conclusie

Deze uitspraak geeft weer wat meer invulling aan de wijze waarop de door de Hoge Raad bij het arrest van 24 februari 2017 geïntroduceerde vordering tot schadevergoeding na verjaring, in de praktijk moet worden toegepast. Concluderend kunnen we stellen dat niet enkel de eerste inbezitnemer – maar ook degene die de grond in bezit houdt – onrechtmatig handelt, dat de gemeente eigen schuld heeft bij het ontstaan van de schade als in haar organisatie aantoonbaar wetenschap bestond van de inbezitneming, dat het bestaan van eigen schuld leidt tot een verrekening van 50% van de schade en ten slotte, dat door de verkrijger gepleegd onderhoud niet op de te betalen schadevergoeding in mindering wordt gebracht.

Mr. Deirdre Swiers

Klik hier voor alle jurisprudentie met betrekking tot verjaring van gemeentegrond en het vorderen van schadevergoeding. Voor meer informatie over de ondersteuning die wij u kunnen bieden op dit vlak klikt u hier. Mail naar info@metafoorvastgoed.nl of bel 088 – 00 66 100 voor meer informatie.