Rechtbank Midden-Nederland oordeelt over verjaring en schadevergoeding

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt over verjaring en schadevergoeding

Uitspraken Rechtbank Midden-Nederland 12 maart 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:966
ECLI:NL:RBMNE:2020:965

Inleiding

Op 12 maart 2020 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak in een tweetal verjaringszaken. De zaken spelen zich af in dezelfde straat waarin twee buren een strook grond van de provincie Flevoland in gebruik hebben. De rechtbank houdt in zijn vonnis rekening met de strenge eisen die in de jurisprudentie gesteld worden aan het in bezitnemen van grond met een publieke bestemming, maar oordeelt toch dat aan deze eisen is voldaan. Daarnaast geeft de rechtbank antwoord op de vraag of de bewoners een onrechtmatige daad jegens de provincie hebben gepleegd door de grond in bezit te houden.

Feiten

Tijdens de procedures is vast komen te staan dat er in het verleden door de provincie of door een derde een laag houten schaaldelen hekwerk is geplaatst tussen de tuinen van de X-straat en het (weg)perceel van de provincie. Het hek stond enkele meters op het perceel van de provincie (langs het fietspad en dus niet op de kadastrale grens (langs de beheerstrook die aan het fietspad zou grenzen).

Beide bewoners zijn sinds 1992 eigenaar van hun woning. Zij troffen bij de levering van de woning beide een tuin aan die liep tot aan het houten schaaldelen hekwerk. De rechtsvoorgangers van de buren hebben de grond binnen de bestaande afbakening gebruikt en onderhouden. De tuin was door de bestaande afbakening niet toegankelijk vanaf de openbare weg. De ene bewoner heeft in 1992 of 1993 het schaaldelen hekwerk weggehaald, waarna hij aan de linkerzijde van de uitrit een wal van aarde en keien, met daarop een coniferenhaag en aan de rechterzijde van de uitrit, stenen heeft aangebracht. Vervolgens heeft hij in 2005 de coniferenhaag verwijderd, de wal nog hoger gemaakt en een taxushaag geplaatst. De andere bewoner heeft  tussen 1993 en 1996 een nieuw hek laten plaatsen op de plaats van het schaaldelen hekwerk, met daaromheen een heg. Ook heeft hij een lage stenen muur aangebracht. Beide buren stellen dat zij door verjaring het eigendom van de strook grond hebben verkregen. De provincie stelt dat de omschreven machtsuitoefeningen niet voldoende zijn om inbezitneming aan te nemen, omdat de criteria voor daden van bezit strenger zijn als het om publieke grond gaat. Daarnaast eist de provincie schadevergoeding voor het geval de rechter oordeelt dat er wel sprake is van verjaring.

Oordeel rechtbank

Het oordeel van de rechtbank is in beide zaken identiek ten aanzien van de verjaring en de schadevergoeding.

Verjaring

“De rechtbank overweegt dat de strook direct in het zicht van een drukke toegangsweg naar Urk ligt, zodat het gaat om daden die volledig in het zicht van de provincie zijn verricht. Ook stelt de rechtbank vast dat de afbakening en het gebruik van de strook de provincie voldoende heeft belet om haar eigen rechten als bezitter uit te oefenen. Deze daden zijn dan ook voldoende openbaar en niet-dubbelzinnig om te kunnen gelden als daden van bezit. Anders dan de provincie stelt, brengt de omstandigheid dat de tussentijds geplante heg de eerste jaren nog niet ondoordringbaar zal zijn geweest, niet mee dat het bezit van [verweerder] is onderbroken. Dat de verjaring anderszins is onderbroken of gestuit is niet gesteld. De rechtbank oordeelt dan ook dat [verweerder] vanaf 1992 bezitter is geweest van de strook. Dat betekent dat de verjaring is voltooid, of nu de verjaringstermijn geldt van 10 jaar (voor de bezitter te goeder trouw, zie artikel 3:99 BW) of van 20 jaar (voor de bezitter niet te goeder trouw, zie artikel 3:105 en 3:306 BW).”

Schadevergoeding

De rechtbank oordeelt dat het in bezit nemen en houden van grond, ‘wetende dat een ander eigenaar is’ niet hetzelfde is als het ontbreken van goede trouw. Er gelden dus andere eisen. Daarnaast is het aan degene die door verjaring het eigendom verliest om te stellen en te bewijzen dat deze wetenschap aanwezig is.

De provincie stelt dat de bewoners door raadpleging van de kadastrale gegevens hadden kunnen weten dat het schaaldelen hekwerk niet op de kadastrale grens stond. Zij hadden volgens de provincie bij het vervangen van dit hekwerk door een nieuwe erfafscheiding de plicht om te controleren dat zij dit op hun eigen perceel deden en niet op het perceel van de provincie.

Volgens de rechtbank is het betoog van de provincie ‘te kort door de bocht’.

“Als op [verweerder] onder die omstandigheden al een verplichting rustte om te controleren of die precies op de kadastrale grens was geplaatst, ging die verplichting niet verder dan een eenvoudige raadpleging van de kadastrale gegevens. [verweerder] hoefde dus niet aan de slag te gaan met meetinstrumenten, ook niet toen hij het schaaldelen hek ging vervangen.

Het betoog van de provincie kan hooguit slagen als de door [verweerder] geraadpleegde kadastrale gegevens zó duidelijk waren dat hij reeds bij zo een eenvoudige raadpleging moet hebben gezien dat het schaaldelen hek op het perceel van de provincie stond.”

De in de procedure overgelegde kadastrale kaarten en plattegronden waren volgens de rechtbank alles behalve duidelijk ten aanzien van de betreffende grens. De rechtbank oordeelt dan ook dat niet gezegd kan worden dat de bewoners ten tijde van het inbezitnemen en houden van de strook grond wisten dat deze van de provincie was. Van een onrechtmatige daad jegens de provincie is dan ook geen sprake.

Conclusie

De uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland is een heldere weergave van de wijze waarop in de lagere rechtspraak geoordeeld wordt als het gaat om inbezitneming en verjaring van grond met een publieke bestemming en de toepassing van de vordering tot schadevergoeding. De vraag is natuurlijk of het gerechtshof een ander oordeel zou hebben gegeven in deze beide zaken. De rechtbank lijkt aan het feit dat de bezitsdaden in het zicht van de provincie zijn gepleegd, veel gewicht toe te kennen.

Mr. Deirdre Swiers

Klik hier voor alle jurisprudentie met betrekking tot verjaring van gemeentegrond en het vorderen van schadevergoeding. Voor meer informatie over de ondersteuning die wij u kunnen bieden op dit vlak klikt u hier. Mail naar info@metafoorvastgoed.nl of bel 088 – 00 66 100 voor meer informatie.